Roemenië 2002 |
|||||||
|
Reisverslag van de zomervakantie van Marlies Weggemans en John
Linnemeijer naar Hongarije, Roemenië
en Tjechië. |
|||||||
| Pagina | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 |
John en ik hebben van de winter lang zitten dubben waar onze zomervakantie naar toe zou gaan. Omdat we in het voorjaar al een weekje naar Noorwegen gingen, viel dat als hoofdbestemming dus af. Tja en dan hou je uiteindelijk nog zo veel bestemmingen over dat de keuze al weer moeilijk wordt: Ierland? Schotland? nog wat andere Hebriden? Wales? Pyreneeën, Picos en Portugal? de Abruzzen in Italië? Griekenland? Tsjechië en Slowakije? Uiteindelijk hebben we de knoop doorgehakt en in januari besloten om naar de Karpaten te gaan. Vanaf dat moment zijn we dus naarstig op zoek geweest naar informatie over de Karpaten en Roemenië. Nou is er niet zo heel veel te vinden. Op internet staan een paar leuke sites van fanatieke motorrijders en een enkele reisorganisatie en verder waren er in de Biep wel wat boekjes te krijgen. Die boeken gaan voornamelijk over kerkjes en kloosters en daar waren wij niet speciaal naar toe op weg, alhoewel je er in Roemenië eigenlijk niet omheen kunt, maar daarover verderop meer.
Van het verkeersbureau kregen we een pakje informatie met o.a. een lijst campings uit de ANWB gids een overzicht van kuuroorden tegen allerhande reumatische en gynaecologische klachten en afslanktherapieën (waar bemoeien ze zich mee). De campinglijst hebben we meegenomen, de rest niet.
We maken er nog een gezellige avond van eer we ons met alle extra kilo's de trap op hijsen. Daar is 'onze' slaapkamer al helemaal ingericht. Onderweg naar boven vragen we ons af of we misschien tóch die folder van het afslankkuuroord mee hadden moeten nemen...
De volgende ochtend staat er in alle vroegte
al weer een uitgebreid ontbijt klaar. Natuurlijk niet alleen brood, maar ook
nog vier stukken taart die van gisteren zijn overgebleven. Enthousiast wordt
ons in het Beiers vertelt dat we er eigenlijk echt wel slagroom op moeten doen,
maar dat slaan we vriendelijk af. De vering krijgt na gisteravond al weer
genoeg te verduren...
Na nog een laatste kopje koffie vertrekken John en ik richting Oostenrijk. We rijden via Salzburg binnendoor richting Wenen. Onderweg stoppen we regelmatig om wat te drinken en onszelf in een schitterend snelstromend riviertje te koelen want inmiddels is het bloedheet geworden. We hebben een prachtige route langs de Wolfgangsee en Bad Ischl en dan via kleine weggetjes naar Wildalpen, Johnsbach (ja hij heeft hem ook nog even bijgevuld) tot de Neusiedlersee.
We overwegen even om op een mooie gratis camping bij het Rohrer Sattel onze tent op te zetten, maar met het oog op de hitte de volgende dag willen we de rijdag door Hongarije niet langer maken dan nodig is.
Het gebied rond de Neusiedlersee is veel minder boeiend dan de hoge bergen die we achter ons hebben gelaten, maar de volgende dag zijn we blij dat we 1,5 tot 2 uur minder hoeven rijden. Om 10 uur 's ochtends is het al weer snikheet, zeker 30° in de schaduw en stijgend. Bij het eerste de beste tankstation slaan we daarom gelijk maar drie liter koud water in. Dat blijven we overigens de hele vakantie in dezelfde hoeveelheden doen.
Bij de Hongaarse grens sluiten we braaf achteraan in de ene rij die open is. Het zonnetje brand, het asfalt kookt...we zullen wéten dat we niet naar het Noorden zijn gegaan...
Een douanier ziet ons en besluit tijdelijk een extra rij te openen. Het autootje voor ons wil enthousiast naar die rij verkassen, maar wordt vriendelijk doch beslist teruggestuurd: Deze rij is alleen voor die twee motorrijders en hij heeft toch zeker geen motor??!! Vervolgens bekijkt hij vluchtig onze paspoorten en met een vriendelijk Bon Voyage mogen we vertrekken.
We stoppen gelijk maart even om geld te halen.Door het gemak van de Euro en doordat we ons eigenlijk bij de voorbereidingen vooral op Roemenië en Slowakije hebben geconcentreerd, zijn we dat hele Hongarije vergeten. We leren dat de munteenheid Forint heet en dat één Forint ongeveer één oude cent waard is. Verder vinden we uit dat we een autobaanvignet nodig hebben voor het stuk snelweg tot Boedapest. Dat schaffen we dus maar gelik aan en dat is maar goed ook, want later op de weg blijken er bij een heleboel parkeerplaatsen controles te zijn. Het is inmiddels nog heter geworden en zelfs met de motorjacks open krijgen we niet veel verkoeling. Daarom stoppen we regelmatig voor nóg een flesje water.
In Boedapest is het echt verschrikkelijk: we moeten dwars door de stad, de lucht is zwart van de uitlaatgassen, elke honderd meter (en minder) staat er een stoplicht op rood en de temperatuur is opgeklommen tot minstens 35° in de schaduw...Daar wordt een mens niet vrolijk van. Gelukkig staat de weg redelijk aangegeven en tegen de tijd dat ik me echt onwel ga voelen draaien we de autobaan weer op. We stoppen op de eerste parkeerplaats om T-shirts nat te maken en maar weer een litertje te drinken. Daarna nemen we nog een klein stukje zinderende autobaan tot we in het interessantere gebied komen. Via een hele mooie weg door de Matra bereiken we uiteindelijk Eger. Van daar is het nog maar een klein stukje tot de motorcamping in Svilvasvarad. Het is een leuke kleinschalige camping, met zwembad in aanbouw, mooi sanitair, een prettig kampeerveldje met vuurplek én een paar off-roads in de verhuur. Leen heeft vroeger zelf veel gecrost en de passie daarvoor is gebleven.
| Pagina | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 |