Bolivia 2002 - Raymond de Vries en Wilma Sengers

 
Een week rijden langs leegtes en lama’s….

Al jaren stond een reis naar het Peru van de Inca’s op ons verlang- lijstje, maar na de BMW Adventure reclame campagne moest en zou er een weekje Bolivia aangeknoopt worden. Na wat surfen vonden we in La Paz een adres waar we 2 Honda Falcons konden huren.

En daar stonden ze dan op ons te wachten: 746 UCH en 746 UGA. Pas een jaar oud, maar zo te zien hadden ze al heel wat meegemaakt: gekrulde koppelingshendels en wat krassen hier en daar. Ik zal in ieder geval niet de eerste zijn die er mee valt!
Helaas blijken mijn benen wat te kort, maar gelukkig kan de schokbreker wat versteld worden en raken in ieder geval mijn tenen de grond. Bij Ray zit ie als gegoten, al had ie liever zijn Adventure onder zich gehad.
Nauwelijks gehinderd door enige off road ervaring gaan we op weg: Bolivia, here we come!


Klik voor groter beeld Klik voor groter beeld

Dag 1
In heel La Paz is geen richtingaanwijzer te vinden, maar na veel vragen zijn we dan een uur later eindelijk de stad uit. De grote weg blijkt meer een 2-baans B-weg met aardig wat potholes. Is echter geen belemmering voor de autoriteiten om er toch aardig wat tolhuisjes op te plaatsen.
Na zo’n 250 km slaan we bij Oruru af naar het westen en daar houdt het asfalt op. Ze zijn wel bezig de weg te verbeteren; om te voorkomen dat er al over gereden wordt, storten ze om de zoveel honderd meter een berg zand neer, en het verkeer wordt geacht zelf een weg er omheen te vormen. Maar met een motor ga je natuurlijk over die zandbergjes heen!
We rijden hier op 3800 m hoogte en zijn blij onze dikke motorkleding meegenomen te hebben.
De landschappen zijn prachtig en zo ver je kan kijken is er geen kip te zien (nu maar niet aan een lekke band denken…). Wel heel veel lama’s en zelfs drie struisvogels die in paniek voor ons wegrennen. We stoppen veel voor foto’s, maar het schiet zo natuurlijk niet erg op. We proberen in Toledo te overnachten, worden van het kastje naar de muur gestuurd, maar krijgen uiteindelijk een slaapzaal met 20 stapelbedden toegewezen. Er is zelfs een badkamer, al komt het water uit de waterput…
Op het plein zit een hele dikke vrouuw met ėėn tand met allerlei potten en pannen om zich heen. Ziet eruit als een populair restaurant, dus we schuiven ook maar aan. Smaakt prima!

Dag 2
De volgende dag staan we vroeg op, want we willen graag Jirira (op BMW-kaart Jirriri) halen. In ieder geval moeten we benzine scoren! 

Ruta Intersalar

Veel bewoonde dorpjes zijn hier echter niet; je komt regelmatig ghost towns tegen; vooral de jeugd trekt naar Santa Cruz, de grootste stad van Bolivia. Uiteindelijk vinden we in Huachacalla een winkeltje dat wat jerrycans heeft staan. Via Escara gaan we vervolgens richting Chipaya en stuiten op onze eerste rivier. Achteraf gezien een riviertje van niks, maar voor de zekerheid verkennen we het eerst op blote voeten en opgestroopte broeken. Al snel volgt een 2e en daar kunnen we eigenlijk niet goed zien hoe het aan de overkant verder gaat. 

Ray duikt overmoedig met z’n motor het water in en ik hou mijn hart vast als ik hem hotsend en botsend door het water zie stuiteren. Maar alles gaat goed en ik zie hem heelhuids de wal op rijden. Hierna rijdt ie echter weifelend van links naar rechts en…. komt vervolgens weer terug! De loop van de rivier blijkt veranderd te zijn en de wal is geen wal, maar een eilandje en het 2e deel is veel te diep. We hebben geen keus en moeten terug. We proberen nog even de weg via Romero Pampa, maar dat blijkt een smal zandpad dat uiteindelijk dezelfde rivier moet kruisen. Kleine kans dat hier wel een brug is…. 
En zo staan we drie uur en 50 km na het tanken weer in Huachacalla en zijn dus geen meter opgeschoten!
Gelukkig hebben ze hier een alojamiento met zelfs een hele warme douche.

Dag 3
Er zit niets anders op dan terug te rijden naar Oruru en de weg via Chalapatta te proberen. 
Tussen Oruru en Chalapatta ligt een prima asfaltweg, dus dat schiet lekker op. Tot onze verbazing zien we in Chalapatta het ‘Pension El Dolar’ staan, die volgens de BMW-folder 200 km noordelijker zou moeten liggen.

El Dollar

(We hebben later nog veel meer van dit soort reclamebedrog ontdekt.)
We rijden volgens de GPS om Lago Poopo heen, maar er is niets van te zien. Het is hier nu winter en het meer ligt droog. In hun zomermaanden heeft het echter gigantische afmetingen.
We overnachten in een simpel alojamiento in Huari.

Dag 4
Veel riviercrossingen vandaag, maar ze zijn allemaal goed te doen. De weg wordt wel slechter; al snel blijkt dat ik de zwiepers van mijn achterband en mijn hartkloppingen moet negeren, dan lukt het wel.

Klik voor groter beeld Klik voor groter beeld Klik voor groter beeld

Het landschap wordt steeds spectaculairder. De grond wijzigt elke keer van kleur: grijze, rode en gele heuvels wisselen elkaar af en uiteindelijk zien we de vulkaan Tunupa (5400 m) liggen. Jirira ligt aan de voet van deze vulkaan en het laatste stuk is echt lastig: heuvels vol grote steenbrokken, mulle zandkuilen over de gehele wegbreedte etc. Als we even met zweetdruppels op ons voorhoofd staan bij te komen, rijdt ons lachend een oude JAWA met man, vrouw en kinderen tegemoet. Denk je stoer bezig te zijn!
Het kampement waar we overnachten loopt in de loop van de avond vol met 4WD’s van georganiseerde Salar-tours. We zijn blij dat we lekker zelf rijden!

Dag 5
Vandaag is het dan zo ver: we rijden de Salar de Uyuni op. Zover we kunnen kijken zout: wel 12106 sq km! Het voelt heel onwerkelijk en Ray vindt het net zo’n surrealistisch scėne uit Lord of the Rings. 

Ray op Salar

Het lijkt net alsof we over een enorme ijsvlakte rijden en onwillekeurig kijken we uit naar wakken. Die blijken er dus echt te zijn! Klein weliswaar, maar onmiskenbaar met water en al. (Later horen we van een Ierse geoloog dat het zich net zo gedraagd als ijs, en dat er daadwerkelijk zwakke plekken zijn waar je met motor en al doorheen kan zakken!)

Klik voor groter beeld Klik voor groter beeld Klik voor groter beeld

We zien Isla de Pescadores al van ver liggen. We vergissen ons erg in de afstand; het blijkt een behoorlijk eilandje te zijn vol grote cactussen. Hierna zoeken we het oostelijke spoor richting Uyuni. We hebben gehoord dat kompassen hier niet werken; GPS is dan toch erg handig! We houden een theepauze bij hotel Playa Blanca, dat geheel gebouwd is uit zoutblokken en zo’n 20 km uit de ‘kust’ op de Salar staat. Zelfs het meubilair is van zout! Officieel is het gesloten (vanwege het milieu o.i.d.) en mag je er niet blijven slapen, maar voor een paar eenzame fietsers of motorbikers wilen ze stiekem wel een uitzondering maken.

Playa Blanca

In de buurt van Colchani zien we heel wat zoutbergjes. Dit dorp is dan ook het centrum van de zoutwinning: er wordt jaarlijks bijna 20.000 ton zout op de Salar gewonnen.
Uyuni is een behoorlijk toeristisch dorp vol backpackers die hier allemaal een jeeptour door de Salar willen maken. En ze zijn allemaal in paniek, want de benzinepompen in Uyuni zijn leeg en dat zullen ze nog zeker 3 dagen blijven. En geen benzine = geen jeeptour. Slik. Nu raken wij ook een beetje in paniek: wij moeten overmorgen in La Paz de motoren inleveren en de dichtstbijzijnde benzinepomp staat dik 200 km verder! Er zit nog aardig wat in onze tanks, maar niet genoeg… Gewapend met jerrycan stropen we alle toerburo’s en 4WD’s af om wat benzine los te peuteren. Uiteindelijk krijgen we ergens 5 liter los. 

Dag 6
We nemen ons voor niet harder dan 50 km/u te rijden in een zo hoog mogelijke versnelling, dan moeten we het kunnen redden. De weg is echter hopeloos: we halen amper 30 km/u. Vreselijk scherpe wasborden (Help! Waar is mijn niergordel?) en als topper een bergweg met haarspeldbochten vol mul zand. 

Slingerweg

Van schrik knijp ik in mijn koppeling, wat de boel er natuurlijk niet eenvoudiger op maakt. Gelukkig komen we zonder ongelukken in Rio Mulatos aan. In een restaurantje wat te eten en zelfs benzine gescoord. Er zitten zowaar nog meer buitenlanders: 2 Duitse mountainbikers die hier 6 weken gaan rondkarren. Ook zij hebben het zwaar gehad en voor het gemak regelen ze hier een lift op een vrachtwagen.
De weg naar Huari is zo mogelijk nog slechter. Alleen maar mul diep zand: ik word er gek van, Ray vindt het kicken. Nadat ik voor de 2e keer in een hoop zand sneuvel zie ik het niet meer zitten: nog 70 km en over een dik uur wordt het donker! Ik krijg al visioenen dat we morgenochtend doodgevroren langs de weg gevonden worden.
Maar 20 km verder is er nog een dorpje, Sevaruyo. We moeten eerst nog even een modderige rivierbedding door en prompt zitten we allebei vast: Ray woest en ik de slappe lach. Motoren op hun zij gegooid, modder aangestampt en m.b.v. de jongetjes uit het dorp hadden we ze zo weer op het droge.

Klik voor groter beeld Klik voor groter beeld Klik voor groter beeld

Het dorpje stelt niet veel voor, maar ze hebben wel een alojamiento. Wat schetst onze verbazing: staat daar nog een motorrijder met een Dominator! Blijkt Frederique, een fransman, te zijn, die al 8 maanden onderweg is vanuit Frans Guyana. Het dorpje is in rep en roer. Drie toeristen op motoren in het dorp en ze blijven ook nog eten en slapen! Vooral de jeugd vindt ons machtig interessant en zwermt constant om ons heen tot in onze kamer en het restaurantje aan toe. Erg gezellig! Frederique heeft natuurlijk veel mooie verhalen en we hebben met hem een zeer genoeglijke avond.

Dag 7
De laatste 12 km off road zijn een makkie en verder hebben we alleen nog asfalt. Saai, hoor! 
In La Paz spreekt Ray een taxi aan en we volgen de man in een Wild West achtervolging door de drukke stad naar de garage. Het wordt een rap afscheid van de motoren en Ray kijkt nog even snel op de teller: 1786 km, waarvan zeker 1100 km off road. 

A dirty bike

Het is de motoren en ons wel aan te zien!
De BMW folder zei het al: niet een standaard motortocht…..

Algemene informatie

Visum
Nederlanders hebben voor Bolivia geen visum nodig, wel een paspoort dat nog 6 maanden geldig is.

Beste reistijd
Voor het gebied waar wij geweest zijn is juli tot begin oktober de beste reistijd. Van oktober tot maart is het regentijd en zijn veel wegen onbegaanbaar en rivieren niet meer te doorkruisen. Van februari tot mei is de koudste winterperiode waarbij het zelfs kan sneeuwen. (Dit jaar heeft het trouwens begin juli nog gesneeuwd….)

Motoren
Wij hebben de motoren bij New Milleneum Adventures gehuurd (zie internetsites).
De Honda Falcon is een 400 cc wegversie van de XR 400: 30 pk ,5 versnelingen ,15 ltr tank,verbruik 1 op 20.
De motoren reden perfect over de dirtroads, licht en wendbaar, betrouwbaar en zuinig.Wel een jerrycan kopen ivm de geringe tankmogelijkheden.

Geld en kosten
In de hele grote steden zijn ATM’s te vinden waar je zowel Bolivianos als US$ kan pinnen.
In de kleine dorpjes zijn natuurlijk geen banken. Hoogstens vind je iemand die wat cash dollars wilt wisselen.
De koers is 7 boli’s per US$. Ze hebben nauwelijks wisselgeld, dus zorg dat je kleine coupures bij je hebt! 

Bolivia is een erg goedkoop land. Alleen een motor huren is duur!
We betaalden voor een week 420 US$ per motor, incl verzekeriung en onbeperkt aantal km’s. Motoren zijn erg duur in aanschaf hier en als je ziet hoe ze te lijden hebben, begrijp je de huurprijzen wel.
De kosten van benzine is 3,5 boli per liter aan de pomp, en 4 à 5 boli’s uit de jerrycans.
Het eten kost in de dorpjes bijna niks (5 boli p.p. voor een 2-gangen maaltijd), grote fles bier 7 boli en slapen tussen de 10 en 20 boli p.p. In toeristische plaatsen is dit al gauw 5x zo duur.

Wegenkaarten
Je schijnt in La Paz bij het Instituta Geologica Militair in La Paz goede wegenkaarten te kunnen krijgen.
Jammer genoeg zijn hun openingstijden heel mistig; ons is het in ieder geval niet gelukt om er een te bemachtigen. Neem dus een goede kaart vanuit Nederland mee!

Internetsites
www.lonelyplanet.com 
www.boliviaweb.com
www.nmadventures.com (motorhuur en georganiseerde motortrips)
www.pbase.com/shelby/bolivia_and_peru (meer foto’s van deze tocht en van Peru)
www.clubefalcon.com.br/moto.htm (info over de Falcon)